KenniscentrumOnderzoeken › Biopt › Biopt

Biopt

Weefselonderzoek

Bij een biopt wordt een klein stukje huid afgenomen. Dit wordt onderzocht om te kunnen bepalen welke huidaandoening iemand heeft, of om te bepalen of de cellen in het weggehaalde stukje weefsel kwaadaardig zijn.

Verloop van het onderzoek

Meestal geeft de arts van tevoren met een huidpen aan waar het biopt genomen wordt, door deze plaats af te tekenen op de huid. Deze plek wordt dan eerst verdoofd met lidocaïne (eventueel met adrenaline). De verdoving veroorzaakt vaak een branderig gevoel. Dit gevoel verdwijnt snel weer.

afbeelding van instrument om weefsel weg te nemen.Hierna wordt met een soort appelboortje (zie foto) in de huid in het verdoofde gebied geboord. Meestal wordt geboord tot in het vetweefsel. Daarna wordt met een pincet en een schaartje het stukje huid aan de onderkant losgeknipt. Omdat het slechts een kleine ingreep betreft met een kleine kans op infectie, wordt het nemen van een biopt niet in een steriele omgeving gedaan.

Er ontstaat een klein gaatje in de huid. De grootte hiervan kan variëren. Meestal wordt een biopt afgenomen met 3 mm doorsnede. Bij sommige huidaandoeningen is het echter nodig om wat meer huid af te nemen en worden meerdere of grotere biopten afgenomen. Er kunnen biopten met een doorsnede van 4 mm, 6 mm of 8 mm worden afgenomen.

Het stukje huid wordt opgestuurd naar de patholoog. Die bewerkt het en bekijkt het onder de microscoop.De uitslag van dit weefsel onderzoek krijgt u van de dermatoloog tijdens de volgende afspraak.

Bij biopten tot en met 4 mm hoeft de wond niet gehecht te worden. Deze wondjes groeien vanzelf weer dicht in de loop van de dagen tot weken. Soms worden de wondjes wel gehecht; dit gebeurt bij:
  • patiënten die bloedverdunners gebruiken en/ of bij wie het bloeden niet wil stoppen;
  • grote biopten van 6 mm of 8 mm;
  • soms bij biopten in het gezicht.




Deel deze pagina: